Oeverzwaluw

  • Double scheehouten wherry
  • Waarschijnlijk geïmporteerd door Cyclon
  • Bouwjaar ca. 1910
  • Lengte 8,03 m | breedte 1,25 m | diepgang 0,25 m
  • Zeil: 12 m2

Het verhaal van de Oeverzwaluw

Tijdens vakanties en dagtochtjes nemen we graag zo vaak mogelijk verschillende mensen mee, liefst met kinderen. Dan moet er geleerd worden wat er allemaal op de stuurstoel moet gebeuren: sturen, gezellig converseren, koek en drinken uitdelen, op de zwanen letten, vaarregels in de gaten houden, paraplu’s pakken, de baby sussen, op riet en smalle bruggetjes letten, spullen van de eigen boot en andere boten uit het water vissen, liedjes zingen, tegenliggers in de gaten houden, en ga zo maar door.
Als dan het sturen min of meer onder de knie is, komt het roeien. Weer allemaal dingen tegelijk: de hoogte van je handen, van je blad, van je knieën, van de onderkant van de brug, en je mederoeier in de gaten houden en vooral de scheehouten heel houden. Eerst met één riem, dan met twee. En zeilen, ook al zoiets, let op de stand van de giek, let op dat je niet op de schoot zit, let op of er een luwte, windvlaag of gijp aan zit te komen, help met kijken naar tegenliggers.
Het valt allemaal niet mee bij ons aan boord, maar als je weer aan wal staat heb je heel wat geleerd. Daarom noemen we de boot bij zulke tochtjes ook bij voorkeur de Oefenzwaluw.